(Grote Veld, Stelkampsveld, Empese en Tondense Heide en Schapenmeer)
Het Warnsveldse heidelandschap bestaat uit vier bijzondere natuurgebieden in de driehoek tussen Lochem, Vorden en Brummen: het Grote Veld, het Stelkampsveld, de Empese en Tondense Heide en natuurbegraafplaats Schapenmeer, die deel uitmaakt van het 418 hectare grote Grote Veld tussen Vorden, Almen en Lochem.
Schaapskudde de Belhamel begon als hobbykudde van Philip Vaartjes, die vanuit zijn liefde voor het zeldzame Schoonebeker heideschaap en later het Groot Heideschaap de dieren aanvankelijk op weidegronden liet grazen. Het Grote Veld werd vanaf 2017 begraasd door een eerdere kudde; in 2020 nam Schaapskudde de Belhamel het beheer over en verhuisde naar de schaapskooi Graafsekamp. Op de plek van deze kooi stonden van 1962 tot 2000 de houten gebouwen van de gelijknamige gevangenis. Het Groot Heideschaap zelf kwam tijdens de Tachtigjarige Oorlog met Spaanse troepen naar Nederland, die de dieren voor melk, wol en vlees meebrachten, en zwerft sindsdien over de heidevelden van de Achterhoek en Twente. Sinds 2020 hoedt het herdersechtpaar Elly en Harrie de kudde, en sinds 1 juli 2024 is Schaapskudde de Belhamel een stichting met een driekoppig bestuur en twee vaste herders. De kudde telt inmiddels 298 schapen, en jaarlijks worden er in de kooi zo'n 200 lammetjes geboren. In 2023 werd Schaapskudde de Belhamel uitgeroepen tot Zutphens Monument van het Jaar, onder het thema Levend Erfgoed.
Elk deelgebied heeft een eigen ontstaansgeschiedenis. Het Grote Veld was eeuwenlang open heide, tot het rond 1920 werd beplant met lariks, douglas, fijnspar en grove den voor de houtproductie; Natuurmonumenten dunt en kapt de aanplant de laatste jaren geleidelijk uit, zodat de oorspronkelijke heidevegetatie terugkeert. Het Stelkampsveld was eeuwenlang een kleinschalig essenlandschap met bouwlandjes, graslanden, houtwallen en heidevelden met poeltjes, lange tijd onderdeel van landgoed Beekvliet; in de jaren negentig werd het aangewezen als habitatrichtlijngebied en rond de eeuwwisseling zijn de laatste landbouwpercelen omgevormd tot natuur. Op de Empese en Tondense Heide graasden ooit de gezamenlijke schaapskuddes van de dorpen Empe en Tonden; in 1929 kocht Natuurmonumenten 54 hectare heideveld aan om ontginning te voorkomen, wat de daaropvolgende decennia niet verhinderde dat een deel van het gebied alsnog werd ontgonnen en verdroogde. Tussen 2012 en 2014 volgde natuurherstel, waarbij bomen werden verwijderd en de voedselrijke bovengrond werd afgegraven, zodat het kalkrijke kwelwater weer aan de oppervlakte kon komen. Ook op de grond van Schapenmeer stond tot ongeveer 1920 open heide met kilometers zicht, waarna er dennenbos werd aangeplant voor de mijnbouw; sinds het voorjaar van 2021 beheert Natuurbegraafplaats Schapenmeer het gebied via een langdurige erfpacht, met als doel de biodiversiteit te vergroten naast de functie als laatste rustplaats.
Flora en fauna: op de kalkrijke, natte bodems van het Stelkampsveld gedijen orchideeën als de muggenorchis en zeldzame planten als parnassia en wolfsklauw, naast blauwgraslanden die elders in Nederland nauwelijks meer voorkomen. In de Empese en Tondense Heide leven de watersnip, de grote gele kwikstaart en de ijsvogel. Samen vormen de vier gebieden een uniek landschap van biodiversiteit en stilte.
Dinamo Fonds