(Loenermark, gemeente Apeldoorn)

Het Loenense heidelandschap bestaat uit de Loenermark, een gevarieerd Veluws landschap van 1156 hectare met uitgestrekte bossen en golvende heidevelden bij het dorp Loenen in de gemeente Apeldoorn. Het gebied maakt deel uit van de grote Veluwse natuurcomplexen die al sinds de middeleeuwen werden gebruikt als gemeenschappelijke weide- en houtgronden; de naam 'mark' verwijst naar dit oude systeem van gedeeld grondbeheer door de markegenootschappen, een typisch Veluwse traditie die het landschap eeuwenlang vormgaf. Al sinds zeker de tiende eeuw gebruikte de marke van Loenen het bos op de Loenermark gemeenschappelijk, een organisatievorm die was opgericht om grootschalige boskap tegen te gaan. Deze marke-organisatie bleef bestaan tot 1932, toen de markegenoten, de inwoners van Loenen, door de gemeente Apeldoorn werden uitgekocht na een juridische strijd die al in 1893 was begonnen. Sinds 1993 is het gebied in erfpacht en beheer bij de stichting Het Geldersch Landschap.

De schaapskooi op de bosweide werd al in 1956 gebouwd, voor de kudde van Willem Koestapel die geregeld met zijn schapen in Loenen te vinden was; er kwam toen ook een woning bij voor de bejaarde herder. Toen de begrazing begin jaren negentig dreigde te verdwijnen, zetten de inwoners van Loenen zich in om de kooi weer bewoond te krijgen, en in juli 1993 kon een nieuwe kudde er zijn intrek nemen. In 2014 nam Het Geldersch Landschap de kudde zelf over, met een nieuwe schaapskooi, twee keer zo groot als de oude en voorzien van een bezoekersruimte van waaruit de schapen te bekijken zijn. Tegenwoordig bestaat de kudde uit 330 Veluwse heideschapen.

De belangrijkste archeologische relicten van de Loenermark zijn de grafheuvels en de ijzerkuilen. Bij het Kraaiennest in het noorden van het gebied en op de Zilvense Heide liggen grafheuvels van ongeveer 4.000 jaar oud, en ook uit de middeleeuwen zijn er sporen teruggevonden. De ijzerkuilen herinneren aan de winning van ijzerhoudende klapperstenen, waarmee de Veluwse ijzerproductie eeuwenlang werd gevoed.

Flora en fauna: het gebied herbergt grote aantallen edelherten, damherten, reeën en wilde zwijnen. In de bronsttijd in oktober laten edelherten hun indrukwekkende gebrul over de heide horen, een van de meest spectaculaire natuurervaringen van Nederland. De heidevelden bieden broedgelegenheid aan de nachtzwaluw en de boomleeuwerik, terwijl de bosranden worden bewoond door de zwarte specht.