(Leenderbos en Groote Heide, gemeente Heeze-Leende)

Het Leender heidelandschap bestaat uit het Leenderbos en de Groote Heide bij het dorp Leende, in het zuiden van Noord-Brabant. Tot omstreeks 1900 vormde dit deel van een uitgestrekte heide van zo'n 5.000 hectare die zich uitstrekte tussen Heeze, Geldrop, Eindhoven, Valkenswaard en de Achelse Kluis. Het gebied maakt deel uit van het Kempenlandschap, met hoogteverschillen die tijdens de laatste ijstijd ontstonden door de afzetting van dekzand, plaatselijk opgewaaid tot markanter reliëf.

De heide wordt begraasd door een kudde van ongeveer 350 raszuivere Kempische heideschapen van Schaapskudde Leenderbos / Groote Heide. De kudde is ontstaan uit de Heezer 'moederkudde': medio 1981 begon de Belgische herder Lou Gillis bij de Achelse Kluis met een eigen kudde van 150 schapen die van daar afkomstig waren. De toenmalige abt van de Achelse Kluis, Dom Emmanuel van Gassel, was zo gesteld op de herder en zijn kudde dat hij in de herfst van 1981 een schuur op het kloosterterrein liet leegruimen, zodat de schapen er tot en met de winter van 1982 als noodoplossing onderdak vonden, terwijl ze overdag mochten grazen op de Groote Heide van het Leenderbos. In 1983 werd, met steun van allerlei instanties, de huidige schaapskooi op de Groote Heide onder Leende gebouwd. Sinds 2003 wordt de kudde verzorgd door Schapenhouderij Rob en Janti Adriaans, die met hun medewerkers zorgen voor de instandhouding van dit zeldzame huisdierras. Sinds 2024 is op de Leenderheide en de Groote Heide ook Landschapsbeheer Teeuwen actief, het bedrijf van herder Luc Teeuwen, die met hun schaapskudde de begrazing er sindsdien namens Staatsbosbeheer verzorgt.

Tot in de vroege twintigste eeuw was dit een open heide- en stuifzandgebied met kleine, door houtwallen omgeven akkertjes, 'kampjes' genoemd, waarvan in het noordoosten van het latere Leenderbos nog resten te vinden zijn. De heide werd ook gebruikt voor de valkenvangst, die zich vanaf de zestiende eeuw ontwikkelde in Valkenswaard, Leende en Leenderstrijp en eeuwenlang een belangrijke bron van inkomsten was; in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw werkten Valkenswaardse valkeniers aan bijna alle Europese vorstenhoven. De laatste Valkenswaardse valkenier was Karel Mollen (1854-1935); de wereldberoemde familie Mollen gaf haar naam aan de 'Mollenhuif', een model valkenkap dat nog altijd wordt gebruikt. Nadat de heide rond 1900 grotendeels werd ontgonnen, plantte Staatsbosbeheer tussen 1932 en 1941 in werkverschaffingsprojecten grote delen bos aan, het huidige Leenderbos.

Flora en fauna: op de Groote Heide en in het Leenderbos wisselen droge heide en kleine zandverstuivingen elkaar af, met soorten als jeneverbes, stekelbrem en kruipbrem. In de vennen en beken leven kwetsbare soorten als de zeldzame drijvende waterweegbree, de kamsalamander en de beekprik.