(Strabrechtse Heide, gemeente Heeze-Leende)
Het Heezer heidelandschap bestaat uit de Strabrechtse Heide bij Heeze, met ruim 1.200 hectare een van de grootste en mooiste heidegebieden van Noord-Brabant, gelegen bij de dorpen Heeze, Sterksel en Lierop. Het landschap combineert uitgestrekte droge heidevelden met betoverende vennen en afwisselend bos.
De heide wordt begraasd door zo'n 350 Kempische heideschapen, een ras dat in de jaren tachtig van de vorige eeuw vrijwel was uitgestorven en dankzij een gericht fokprogramma weer is opgebouwd. De Strabrechtse Heide wordt sinds 1967 permanent begraasd, aanvankelijk door Stichting het Kempische Heideschaap. In 1982 werd de Stichting Schaapskudde Groote Heide opgericht met als doel het beweiden van natuurgebieden in de gemeenten Heeze-Leende, Cranendonck en Valkenswaard, bestuurd door vrijwilligers uit de streek; de stichting zet twee kuddes in, waarvan de kudde vanuit schaapskooi De Plaetse specifiek de Strabrechtse Heide begraast. De Plaetse is de Brabantse naam voor een oud Frankisch heidedorpsplein, de gemeenschappelijke ruimte waar boeren vroeger hun vee verzamelden voordat het naar de gedeelde heidevelden werd gedreven, en is met het karakteristieke driehoekige pleintje en omliggende bebouwing gereconstrueerd. Tegenwoordig wordt de dagelijkse begrazing uitgevoerd door Trudy en Riaan Strijdom van Strijdom Landschapsbeheer, die met hun herders vier kuddes op de Strabrechtse Heide beheren; sinds 2022, als eerste in Brabant, beschermen kuddebeschermingshonden de schapen dag en nacht tegen de wolf.
In de 19e en vroege 20e eeuw werd de omliggende heide grootschalig ontgonnen voor landbouw. Het heidegebied tussen Heeze en Someren was destijds bezit van baron Van Tuyll van Serooskerken, eigenaar van kasteel Heeze; natuurliefhebbers uit de families Van Alphen en Carp kochten grote stukken heide van de baron om ze als natuurgebied te behouden, en veel daarvan kwam later onder de hoede van Staatsbosbeheer. Zo bleef de Strabrechtse Heide als een van de weinige grote heidecomplexen van Brabant bewaard.
Flora en fauna: de droge heide staat vol met struikheide, die tussen half augustus en half september het gebied in een paars kleed hult; in de nattere delen groeit dopheide, samen met veenmos en pijpenstrootje. De vennen zijn bijzonder waardevol: hier leven zeldzame libellen zoals de maanwaterjuffer en de venwitsnuitlibel, en in het water groeien oeverkruid en klein blaasjeskruid. De nachtzwaluw broedt op de open heide, terwijl de levendbarende hagedis en de gladde slang beschutting vinden in de ruige vegetatie rond de vennen.
Dinamo Fonds