(De Renderklippen, gemeenten Epe en Heerde)

Het Heerdese heidelandschap bestaat uit De Renderklippen, een 223 hectare groot heide- en stuifzandgebied op de grens van de gemeenten Epe en Heerde. Over de herkomst van de naam bestaat geen zekerheid: 'render' zou verwijzen naar de runderen (of, in een andere lezing, rendieren) die hier ooit werden gehoed, en 'klippen' naar het fijnkorrelige klipzand; anderen menen dat de naam een verbastering is van 'Vemderklippen', naar de nabijgelegen buurtschap Vemde. Het gebied maakt deel uit van het Noord-Veluwse stuwwallencomplex Hattem-Nunspeet, opgestuwd tijdens het Saalien, zo'n 160.000 jaar geleden; aan het einde van de laatste ijstijd, ongeveer 10.000 jaar geleden, waaide op de kale, toendra-achtige vlakte zand op dat de dekzandlaag en de stuifduinen vormde. Doordat het gebied ver van de bebouwing ligt, is het een van de weinige plekken in Nederland waar het 's nachts nog echt donker wordt.

De Renderklippen zijn sinds april 1947 gezamenlijk eigendom van de gemeenten Epe en Heerde; al vanaf het midden van de negentiende eeuw liepen er schaapskuddes, en op initiatief van de Eper oud-burgemeester Diepenhorst keerden de dieren definitief terug op de heide. In 1956 werd de huidige Schaapskudde Epe-Heerde opgericht, sinds 2006 erkend als fokcentrum voor het Veluwse heideschaap, een zeldzaam ras dat enkele decennia geleden bijna uitstierf. Van 1965 tot 1996 hoedde Teun Niesing de kudde; zijn zoon Lammert zette het herderschap voort en doet dat nog altijd. De schaapskooi is een echte potstal: de mest van de kudde van 128 schapen blijft er liggen, wordt met stro verrijkt en eens in de drie jaar over de akkers uitgestrooid, zoals dat meer dan een eeuw geleden gebeurde. Jaarlijks wisselen Heerde en Epe elkaar af als gastheer van het schaapscheerdersfeest, waarbij de kudde eerst door het dorp trekt. Na wolvenaanvallen in 2025, waarbij kuddehond Daisy omkwam, wordt de kudde sindsdien beschermd door speciaal getrainde kuddebeschermingshonden.

De oudste menselijke sporen op de Renderklippen gaan ver terug. Aan de kant van Epe liggen prehistorische grafheuvels uit de steentijd, gedateerd tussen 2800 en 2100 voor Christus, waarover informatieborden meer vertellen. Bij latere opgravingen zijn ook sporen van bewoning uit de late bronstijd aangetroffen, zo'n 2.700 jaar oud. Ook toen al was de arme zandgrond ongeschikt voor akkerbouw, en dat is precies wat het gebied door de eeuwen heen tot heide heeft gehouden.

Flora en fauna: naast struikheide bedekken ook dopheide en kleine oppervlaktes kraaiheide de Renderklippen, met hier en daar een ruwe berk of grove den. Verspreid over het gebied liggen vennen als het Pluizenmeer, het Wollegrasven en het Herfstven, waar zonnedauw groeit en een flinke populatie heikikkers leeft; aan de oostflank ontspringen de sprengenkoppen van de Noordelijke Horsthoekerbeek. De stuifzandgebieden zijn een leefomgeving voor de zandloopkever, een behendig roofdier dat zijn prooien rennend overmeestert op het open zand, en verder voor reptielen als de zandhagedis, adder, ringslang en hazelworm. In de nazomer kleurt de heide pimpelpaars en verschijnen heideblauwtjes, zandoogjes, hooibeestjes en zandbijen.