(Ermelosche Heide, gemeente Ermelo)

Het Ermelosche heidelandschap bestaat uit de Ermelosche Heide, een gebied van ruim 380 hectare tussen Staverden en Ermelo, eigendom van de gemeente Ermelo. Het gebied maakt deel uit van het stuwwallenmassief van de Veluwe en is een infiltratiegebied: de grondwaterstand ligt er gemiddeld meer dan 10 meter en centraal in het gebied zelfs tot 40 meter onder het maaiveld. Eeuwenlang graasden op de gemeenschappelijke heidegronden de schaapskuddes van de boeren uit Ermelo en omliggende buurtschappen; zonder die begrazing zou het cultuurlandschap geleidelijk in bos veranderen.

Op initiatief van de gemeenteraad van Ermelo werd in april 1999 Stichting Schapedrift opgericht om de heide opnieuw met een schaapskudde te onderhouden. In december 2002 begon de bouw van een schaapskooi met bezoekerscentrum aan de rand van de heide, deels met hout uit de omliggende bossen; in mei 2003 kon de eerste kudde er zijn intrek nemen. De kooi, gebouwd als potstal naar traditioneel Veluws voorbeeld, is met 400 m² een van de grotere van Nederland en biedt plaats aan de kudde van 237 Veluwse heideschapen, die het hele jaar door volgens een begrazingsplan over de hei trekken. Bezoekerscentrum en terrein werden in 2018-2019 uitgebreid vanwege de inmiddels meer dan 100.000 bezoekers per jaar. Sinds de terugkeer van de wolf in het gebied wordt de kooi 's nachts beveiligd met stroomdraad en wolfwerende hekken, zodat schapen en wolf naast elkaar kunnen bestaan.

De Ermelosche Heide draagt sporen van menselijke bewoning die duizenden jaren teruggaan. Er liggen 46 officiële geregistreerde grafheuvels uit de tijd van de klokbekercultuur (vanaf ca. 2800 v.Chr.); bij twee ervan is een paalkrans teruggevonden, en in de loop van de bronstijd raakte cremeren in gebruik, waarbij de asurnen in de bestaande heuvels werden bijgezet. Een vrijwilligersproject van archeoloog Quentin Bourgeois leverde in 2019 nog eens vijftienhonderd mogelijke nieuwe grafheuvellocaties op de Veluwe op. Midden op de heide ligt bovendien een Romeins marskamp: een wal en gracht rond een gebied van ruim 9 hectare, aangelegd tussen 170 en 180 na Christus door een legioen op doortocht en in de jaren twintig van de vorige eeuw onderzocht door archeoloog Holwerda. Het is het meest noordelijk gelegen marskamp dat de Romeinen in Nederland hebben gebouwd en sinds 2006 rijksmonument; bij de restauratie kwam er een beeld van een hurkende Romeinse soldaat bij. Sinds het einde van de negentiende eeuw gebruikt ook het leger het terrein om te oefenen, en sinds 2022 huurt Defensie de heide opnieuw voor zes jaar van de gemeente.

Flora en fauna: de droge heide wordt gedomineerd door struikheide en kraaiheide, afgewisseld met korstmossen en stekelbrem. De zandpaden en heiderand vormen een van de rijkste reptielenbiotopen van de Veluwe, met naast de zandhagedis ook de levendbarende hagedis, hazelworm en adder. In de lucht klinkt naast de boomleeuwerik ook de veldleeuwerik en de boompieper, en tussen de struiken broedt de roodborsttapuit. Van augustus tot september kleurt de struikheide paars en trekt dat tal van hommels en vlinders aan, waaronder de kleine vuurvlinder.