(Bergvennen en Brecklenkampse Veld, gemeente Dinkelland)

Het Brecklenkampse heidelandschap bestaat uit de Bergvennen en het Brecklenkampse Veld, gelegen op een zandrug tussen de stroomgebieden van de Vecht en de Dinkel bij het buurtschap Brecklenkamp in Twente. Tijdens de laatste ijstijd liet stuivend zand hier een glooiend dekzandlandschap achter, waarbij smeltwater laagtes uitsleet die later uitgroeiden tot vennen, eeuwenoude biotopen met een eigen, kwetsbare flora en fauna. Deze vennen worden ook wel 'zeer zwakgebufferde vennen' genoemd: ze zijn gevuld met zuur regenwater, aangevuld met een klein beetje kalkrijk grondwater dat in de wintermaanden mineralen toevoegt en het water minder zuur maakt.

Het gebied wordt sinds 2014 begraasd door de kudde van herder José Dood van Schapen Grazerij Bornerbroek, die bestaat uit zo'n 1000 Groot Heideschapen, een zeldzaam ras dat van oudsher in deze streek thuishoort; dezelfde kudde is af en toe ook op de Lemelerberg te vinden. De schapen overnachten doorgaans in het veld, beschermd door wolfwerende rasters.

De vennen zijn eeuwenoude biotopen die het gebied zijn bijzondere karakter geven; nergens in Noordwest-Europa groeit de zeldzame waterlobelia in zulke aantallen als hier, met naar schatting bijna een miljoen exemplaren. In het Brecklenkampse Veld vormt het grondwater in de winter een buffer net onder het oppervlak, waardoor hier blauwgraslanden voorkomen met soorten als gevlekte orchis, vleeskleurige orchis, blauwe zegge, blauwe knoop en klokjesgentiaan. Ook groeit hier veel tormentil, de waardplant van de zeldzame aardbeivlinder, die in dit gebied een van de grootste populaties van de provincie kent. De jeneverbes, die steeds zeldzamer wordt in Nederland, siert hier nog op karakteristieke wijze het landschap.

Flora en fauna: de droge en vochtige heide worden afgewisseld met jeneverbessen. In het Brecklenkampse Veld staan de natte laagtes vol met bijzondere kruiden, waaronder orchideeën en andere zeldzame soorten van schrale, vochtige bodems. De vennen herbergen libellen zoals de venglazenmaker en zijn broedplaats voor de watersnip; op de droge heide jaagt de tapuit en is de zandhagedis een veelvoorkomende bewoner van de open zandige plekken.