(Gooise heiden, gemeenten Blaricum, Laren en Gooise Meren)

Het Blaricumse heidelandschap bestaat uit de Blaricummerheide, de Westerheide, de Zuiderheide, de Bussumerheide en de Fransche Kampheide, samen het grootste aaneengesloten heidegebied van Noord-Holland, gelegen in het Gooi bij de dorpen Blaricum, Laren en Bussum. De vijf deelgebieden hebben elk een eigen karakter: de Westerheide is een boomloze vlakte van struikheide, de Bussumerheide een glooiend veld met verre zichtlijnen, en op de Zuiderheide wisselt droge struikheide af met vochtige dopheide in de lagere delen. De Fransche Kampheide vormt een kleinschaliger contrast met jeneverbessen en verspreide vliegdennen.

De schaapskuddes van Blaricum en Laren begrazen de verschillende deelgebieden met Drentse heideschapen en houden zo het karakteristieke Gooische heidelandschap open; de dieren zijn dagelijks 7 tot 8 uur in de weer en zorgen zo voor het behoud van dit unieke landschap. De schaapskooi op de Blaricummerheide werd in 1990 gerealiseerd door het Huizer bedrijf Slokker Vastgoed, na de keuze van het Goois Natuurreservaat om de heide vanaf 1982 weer te laten begrazen door zowel runderen als schapen. Op 14 juni 2008 brak echter een fatale brand uit waarbij de volledige kudde omkwam en de schaapskooi in de as werd gelegd; het was opnieuw Slokker Vastgoed dat te hulp schoot, waardoor er een jaar later alweer een nieuwe schaapskooi stond, met een nieuwe kudde Drentse heideschapen die dankzij talrijke donaties kon worden opgebouwd. Sinds 2008 is er daarnaast een tweede kudde Drentse heideschapen bij Laren: deze vond aanvankelijk onderdak in een omgebouwde loods van de voormalige camping Heidebloem, met plaats voor 150 schapen. In januari 2021 verhuisde deze kudde naar een nieuwe, volwaardige stal aan de Hilversumseweg, die onderdak biedt aan de voltallige kudde van zo'n 400 ooien met lammeren en voldoet aan de hedendaagse eisen op het gebied van dierenwelzijn, milieu en duurzaamheid; met herder en hond is deze kudde geregeld te bewonderen op de Westerheide, de Zuiderheide, de Bussumerheide en de Fransche Kampheide.

Dit heidelandschap maakt deel uit van de Gooische heide- en zandlandschappen die al eeuwenlang in gebruik zijn als gemeenschappelijke weide- en turfgronden voor de omliggende dorpen. Deze gedeelde gronden gaan terug tot de erfgooiers: vrije boeren die eind dertiende eeuw van graaf Floris V gebruiksrecht kregen over de onontgonnen Gooise gronden, heide, bos en zandduinen, en die zich begin veertiende eeuw organiseerden in afspraken over het gezamenlijk gebruik van deze 'meenten', met weiland, bos, heide, turf, moeras en jachtgrond. Eeuwenlang staken de boeren heideplaggen om hun akkers mee te bemesten en gebruikten zij de heide voor turfwinning en beweiding, tot de komst van kunstmest in de twintigste eeuw dit gebruik langzaam deed verdwijnen. Prehistorische grafheuvels op de Zuiderheide getuigen van menselijke bewoning al duizenden jaren voor Christus: de zogeheten Zeven Bergjes, zo'n vierduizend jaar oud en daterend uit het laat-neolithicum en de bronstijd, vormen een beschermd archeologisch monument. Bij opgravingen rond 1950 kwamen hier onder meer 32 urnen aan het licht, naast grafgiften als een dolk, hamers, een bijl, een armband en bekers. De Blaricummerheide herbergt daarnaast een markante zandafgraving: in 1927 werd hier een gat van elf hectare gegraven voor de aanleg van de oude straatweg tussen Amsterdam en Amersfoort, de latere A1; tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw werden in het Gooi op vergelijkbare wijze duizenden kubieke meters zand, klei en grind afgegraven. De randen van de put zijn inmiddels begroeid met dennenbos.

Flora en fauna: de beschutte overgangen met jeneverbes en vliegden vormen een leefomgeving voor de levendbarende hagedis en de adder. Boven de open heide cirkelt de grauwe kiekendief, een zeldzame roofvogel die steeds minder broedplaatsen in Nederland vindt.