(Eder Heide en Ginkelse Heide, gemeente Ede)

Het Edese heidelandschap bestaat uit de Eder Heide en de Ginkelse Heide, twee aaneengesloten heidevelden direct ten oosten van Ede, van elkaar gescheiden door de N224. De heidevelden waren tot het begin van de twintigste eeuw 'woeste gronden' van de geërfden van de Buurt Ede-Veldhuizen; in 1902 werd de Zuid-Ginkel verkocht aan het Ministerie van Oorlog, in 1920 volgde ook de Eder Heide. De geërfden behielden wel het recht om er heideplaggen te steken en schapen te weiden, een recht waarvan de Edese Schaapskudde tot op de dag van vandaag gebruikmaakt.

De Edese Schaapskudde is de oudste nog bestaande kudde met het Veluws heideschaap van Nederland. Op de Buurtspraak van 1952 stelde geërfde D. Pereboom voor om opnieuw een schaapskudde op de Ginkelse Heide te laten grazen; op 26 november 1953 werd de Stichting Edese Schaapskudde opgericht, met burgemeester H.M. Oldenhof als voorzitter. Het Buurtbestuur stelde één ram en vijf ooien beschikbaar, en op 24 november 1953 werden kudde en herder Jacob Mouw feestelijk onthaald; de dieren kregen aanvankelijk onderdak in het voormalige kippenhok van de familie Kramer, tegenover de Herberg Zuid Ginkel. Twee jaar later kwam de huidige, monumentale schaapskooi op de Eder Heide gereed, een kooi van het Utrechts-Sallandtype met afgeschuinde hoeken, geopend door de Commissaris der Koningin en gefilmd door het Polygoon-bioscoopjournaal. Tegenwoordig lopen er 425 Veluwse heideschapen, gehoed door de broers Aart en Henk van den Brandhof, zonen van hun voorganger Bart, die van 1975 tot 1992 herder was; twee broers als herder is uniek in Nederland. Bij het jaarlijkse schaapscheerdersfeest worden de schapen nog met de handschaar geschoren, gevolgd door de traditionele scheerdersmaaltijd van zoute vis met aardappels en boterjus.

Het landschap kent een geschiedenis die teruggaat tot het vroege mesolithicum, zo'n 8.000 tot 10.000 jaar geleden. Op de Eder Heide getuigt de Drieberg, een groep van vijf grafheuvels van meer dan 4.000 jaar oud, van bewoning ver voor onze jaartelling: de heuvels zijn vermoedelijk koepelgraven van het klokbekervolk dat rond 2000 v.Chr. naar deze streek trok, en werden later mogelijk door Germaanse volken gebruikt als offerplaats voor Wodan, Donar en Freya. De grafheuvels werden in 1924 vermoedelijk geplunderd en in 1967 gerestaureerd. De Ginkelse Heide schreef op 17 en 18 september 1944 moderne geschiedenis, toen ruim 2.200 Britse parachutisten er landden bij de start van Operatie Market Garden. Sinds 2019 herinnert het zes meter hoge monument 'Vensters op het Verleden' aan deze luchtlandingen; ieder jaar in september springen opnieuw zo'n 2.200 militairen boven de Ginkelse Heide om de landing te herdenken.

Flora en fauna: botanisch is het gebied bijzonder rijk: naast de dominante struikheide groeien er dopheide op de nattere delen, kraaiheide en de lavendelheide, de zeldzaamste heidesoort van Nederland, die als veenplant het liefst tussen veenmos groeit en van april tot juni roze bloeit. Deze afwisseling trekt een gevarieerde insectenfauna aan, waaronder zeldzame bijensoorten. De open heide is een geliefde biotoop voor de boomleeuwerik en de nachtzwaluw; reptielen als de zandhagedis en de levendbarende hagedis profiteren van de warme, zandige plekken tussen de heidestruiken.